Ken je die ervaring als je een kunstwerk, dat je tot dan slechts kende van afbeeldingen, ‘live’ ontmoet: ”Oooo, is het zò!” Met het bijbehorend gevoel van teleurstelling, of juist verwondering? Toen ik in Gent in de St Baafskathedraal plots voor het retabel (= achterwand boven een altaartafel) ‘Het Lam Gods’ kwam te staan was ik verbaasd en verrukt. Plots, want dit werk van de broers Van Eijck staat afgezonderd opgesteld in een aparte ruimte, en pas na binnenkomst zie je het. Ik merkte hoe het in zijn metershoge omvang en al zijn kleurenpracht direct op me in werkte. Al kijkende kwam het steeds naar me toe en om me heen.
Wat vond ik bijzonder? Allereerst de voorname rust die het geheel uitstraalt. Vooral de manshoge figuren van Adam & Eva, Maria en de Christusfiguur imponeerden me: zonder uitdrukking en beweging, en misschien juist daardoor zo indringend.
Ik genoot ook zeer van de levendige gedetailleerdheid waarmee alles is geschilderd, de vele frisse kleuren, en het licht dat daaruit straalt. Onvoorstelbaar dat dit al bijna 600 jaar oud is.
Sinds 1986 staat het retabel apart, goed belicht en achter glas in een museale opstelling. In de ‘Vijdtkapel’ staat nu een kopie. Daar hoorde het origineel thuis en daar stond dat tot 1986 ook daadwerkelijk. In de sluitsteen van het gewelf in die kapel zie je dan ook het wapen van Joos Vijdt en zijn vrouw, die opdracht gaven tot de bouw van deze kapel met altaar en retabel.
De duplicaat retabel in de Vijdtkapel maakte minder indruk op me dan het origineel. In die hoge Vijdtkapel leek het ook kleiner te zijn. Zelfs vond ik dat het leek of deze kopie er niet echt thuis hoorde. En dat is vreemd. Want het retabel is destijds juist speciaal voor deze kapel ontworpen. Heel geraffineerd zelfs: de geschilderde lichtinval komt overeen met de lichtinval uit het raam van deze kapel. Ja, zelfs het raam zelf is piepklein weerkaatst in de grote glanzende edelstenen!
De oorzaak van het onbehagen kan niet helemaal liggen aan het feit dat het duplicaat slechts een dode print is. Ik denk dat het komt doordat in de museale opstelling geen afleiding is en dat het werk daar goed wordt uitgelicht. Daardoor is het daar welsprekender.
Je zou er dus bijna voor gaan voelen om meer werken uit hun authentieke context te halen om ze dan elders beter tot hun recht te laten komen. Maar dan maak je een geïsoleerd kunstwerk van iets, dat eigenlijk bedoeld is als een (mooi) gebruiksvoorwerp. Een werk op zijn oorspronkelijke plek heeft een meerwaarde die geïsoleerde kunst mist. Het wordt op zijn eigen plek een beter te begrijpen ding.
Er is dus een dilemma. In elk geval is ‘Het Lam’ nog steeds te vinden in de kathedraal waar het zo lang geleden speciaal voor gemaakt is.
Lezen over en nog eens goed kijken naar het Lam kan inHet Lam Gods‘ van Peter Schmidt (uitg. TenHave).



















